Club Reglementen

 

mash_header

Clubreglementen 2013.

Art.1 Het lidgeld wordt bepaald door het bestuur bij de aanvang van ieder volgend werkjaar. Voorkeur wordt gegeven aan aspirant-leden woonachtig te Groot-Heist. De club verbindt zich ertoe het ledenaantal beperkt te houden op het huidige niveau . Alle aanvragen worden geklasseerd volgens datum op een wachtlijst. Het bestuur kan een nieuw lid of verlenging van het lidmaatschap weigeren. Ieder nieuw lid start met een proefperiode van 6 maanden, waarna het lidmaatschap automatisch definitief wordt.

Leden die zich niet aan het reglement houden of het voortbestaan van de club in gevaar brengen kunnen onmiddellijk worden uitgesloten.

Art. 2 Ieder lid is verplicht aan de jaarlijkse activiteiten mee te werken.

Art. 3 Elke adresverandering moet binnen de 10 dagen doorgegeven worden aan het secretariaat.

Art. 4 Elke frequentieverandering moet schriftelijk aangevraagd worden op het secretariaat. Nieuwe leden ontvangen een eigen frequentie (maximum 2 per lid) en zijn dan ook verplicht op die frequentie te vliegen . Veranderen van frequentie kan alleen na overleg en akkoord van het bestuur.

Art. 5 De club en/of het bestuur is niet verantwoordelijk voor ongevallen en kan niet aansprakelijk gesteld worden voor verlies, diefstal of vernieling van materiaal of voor lichamelijk letsel.

Bij een ongeval of indien er schade berokkend wordt aan derden, moet dit binnen de 12 uur aan het bestuur gemeld worden. Met de betrokkenen dient zo snel mogelijk contact opgenomen te worden.

Het is bijgevolg ten strengste verboden om welke reden dan ook het terrein van derden te betreden zonder eerst het bestuur en de eigenaar van het betreffende terrein hiervan in kennis te stellen.

Art. 6 Deelname aan gelijk welke activiteit zal steeds gebeuren onder de naam M.A.S.H.

Art. 7 Dranken die verbruikt worden in ons clublokaal moeten genoteerd worden op het daarvoor bestemde blad en op het einde van diezelfde dag betaald worden.

Dranken van thuis meebrengen is toegelaten maar dan moet u het leeggoed ook mee terug huiswaarts nemen

Art. 8 Alle leden en bezoekers van ons terrein dienen er op te worden gewezen dat de omwonenden langs onze toegangsweg geen hinder van onze activiteiten mogen ondervinden en dat bijgevolg de snelheid van hun voertuig dient aangepast bij het passeren van omwonenden. We verzoeken alle gebruikers van de weg hun snelheid aan te passen.

Het terrein moet door iedereen zuiver gehouden worden.
De resten en vuil van een crash moeten door de betrokken personen van het terrein of de parking verwijderd worden.

Enkel bevoegde personen, piloten of begeleiders worden op het vliegterrein toegelaten.
Er worden geen toeschouwers, kinderen of familie van de leden op of rond de landingsbaan geduld, deze moeten plaats nemen achter de afsluiting. Ook eventuele helpers moeten de landingsbaan verlaten, wanneer hun taak volbracht is.

Het starten en het proefdraaien van de motoren moet zodanig gebeuren, dat er bij het eventueel stuk gaan van de schroef zich niemand in die baan kan bevinden.

Art. 9 Er mogen maximaal twee (2) modellen met een verbrandingsmotor tegelijkertijd in de lucht.

Het aantal elektrisch aangedreven modellen dat terzelfder tijd in de lucht mag zijn is niet beperkt.

Modellen die niet aan onze geluidsafspraken voldoen mogen in geen enkel geval op ons terrein worden ingezet en/of proef gevlogen
Het al dan niet voldoen aan onze geluidsafspraken zal beoordeeld worden door één of meer bestuursleden of hun aangestelde(n).

Het oordeel van deze personen is bindend.
Alle modellen of combinaties die gevaar inhouden zijn verboden.
De aanwezige terreinverantwoordelijke kan het aantal vliegende modellen ten allen tijde verder beperken .

Alle modellen dienen te worden geplaatst achter de omheining aan de piste-zijde. Geen enkele motor mag worden gestart tenzij op deze plaats. Personen die modellen starten, landen, lanceren of proefdraaien langs de bezoekerszijde van de omheining of op de parking zullen onmiddellijk en definitief zonder waarschuwing worden geschorst.

Helivliegers dienen bij aanwezigheid van andere piloten gebruik te maken van de helipiste, zonder zich in het verlengde van de grote piste op te stellen. De parking mag nooit als piste worden gebruikt omdat er zich steeds bezoekers en of kinderen kunnen bevinden.
Piloten met verantwoordelijkheidsbesef starten zoals voorgeschreven uitsluitend vanaf de piste. Honden dienen steeds aan de leiband te worden gehouden .

Art. 10 De maximum vlieghoogte voor een modelvliegtuig bedraagt 120 meter (men moet voldoen aan de vigerende wetgeving van het Directoraat Generaal van de Luchtvaart)

Art. 11 Wanneer leden van het bestuur of hun aangestelde(n) orders geven op het terrein dient men zich hieraan te houden.

Alle leden dienen uitsluitend op de hen toegekende frequentie te vliegen.
Wie zijn zender wil aanzetten, moet in het bezit zijn van de betreffende frequentieklem.

Wie zijn zender aanzet zonder in het bezit te zijn van de frequentieklem en hierdoor een crash veroorzaakt is verantwoordelijk voor de schade. Indien er meerdere piloten gebruik maken van dezelfde frequentie moeten de klemmen na een vlucht dadelijk teruggebracht of onderling doorgegeven worden. Het meenemen van de frequentieklem na de vliegdag kost U een boete van 2.5 euro , tenzij deze klem teruggebracht is voor de eerstvolgende dag.

Art. 12 Niet bekwame piloten mogen niet vliegen zonder een begeleider welke aangesteld wordt door het bestuur. De leerling-piloot welke vliegt met een ervaren piloot als hulp, blijft altijd zelf de enige verantwoordelijke bij een eventueel ongeval. De begeleider kan niet aansprakelijk gesteld worden voor het onvrijwillig beschadigen van het vliegtuig van zijn leerling maar is verplicht het toestel op verantwoorde wijze te behandelen en is mede verantwoordelijk voor het gedrag van toestel en piloot. Een nieuweling zal voor het invliegen zijn toestel moeten laten controleren door iemand van het bestuur of door de begeleider.

Het is deze begeleider die, in samenspraak met het bestuur, beslist of de leerling-piloot alleen mag vliegen en dit voor elke discipline.

Art. 13 Het terrein is enkel toegankelijk voor leden van M.A.S.H. Piloten niet eigen aan onze club mogen pas vliegen na afspraak met het bestuur en na voorlegging van verzekeringsbewijs en voor zover zij modellen vliegen die aan onze geluidsnormen voldoen. Gastvliegers worden uitsluitend tijdens het weekend toegelaten. Leden die gastvliegers meebrengen en niet aan deze procedure voldoen, kunnen we niet langer als lid toelaten, daar zij onze club in gevaar brengen.

Art. 14 Er mag niet gevlogen worden boven de parking en het publiek, de hoeve aan de oostkant van het terrein of vlakbij piloten die zich op het terrein of zelfs op de piste zouden bevinden. Taxiën langsheen de modellen in de pits is ten allen tijde verboden.

Art. 15 Het gebruik van lieren, winchen en/of sandows is alleen toegelaten indien er geen enkele andere vliegactiviteit bezig is op het terrein.

Art. 16 Voor het opstijgen en voor de landing moeten de overige piloten, die zich op het terrein bevinden, gewaarschuwd worden. De piloten moeten zich tijdens het vliegen groeperen op een vooraf afgesproken plaats achter de veiligheidsberm. Iedere piloot is verplicht om vanaf de startbaan op te stijgen. Zelfs indien het vliegtuig met de hand gelanceerd wordt.

Art. 17 De club verbindt zich ertoe de nodige huurgelden te betalen en een verzekering af te sluiten.

Art. 18 Alle voertuigen dienen te worden geparkeerd aan de rand van het veld. Men
moet voldoen aan de vigerende wetgeving van het Directoraat Generaal van de Luchtvaart en eist een zone van 40 meter tussen piste en parking.
Voertuigen die niet aan de rand van ons terrein worden geparkeerd , maken dat wij niet voldoen aan de voorschriften en bovendien vallen deze voertuigen op dat moment niet onder onze verzekering.

Art. 19 Alle leden dienen hun modellen zo uit te rusten dat deze met een minimale geluidsproductie worden gevlogen. Het uitrusten van een of andere zachte motorophanging dient te worden toegepast. Hiermee dient reeds bij de bouw van het model rekening te worden gehouden.
Daarenboven is elke piloot verplicht zijn vliegstijl zodanig aan te passen dat de geluidsproductie van zijn toestel zo klein mogelijk blijft.

Art. 20 VOORWAARDE OM VAN ONZE VERZEKERING TE KUNNEN GENIETEN : Alle leden die gebruik maken PCM -ontvangers zijn verplicht deze zo te programmeren dat ze in FAILSAFE- mode staan. (Dit is afwijkend van de standaard afstelling van alle merken besturingen in de leveringsvorm ) De programmering dient zo te gebeuren dat de motor op het desbetreffende toestel volledig wordt uitgeschakeld en het toestel onmogelijk zijn vlucht kan verder zetten. Leden die een ongeval veroorzaken en niet aan deze regel hebben voldaan kunnen geen beroep doen op de verzekering en worden zelf verantwoordelijk gesteld voor alle aangerichte schade.

Art. 21 Er mag met alle toestellen gevlogen worden voor zover deze voldoen aan de voorschriften opgelegd in de vigerende regelgeving van de l CIR-GDF OI.

  • De maximaal toegelaten cilinder inhoud voor tweetaktmotoren bedraagt 110 cc.
  • De maximaal toegelaten cilinder inhoud voor viertaktmotoren bedraagt 150 cc.
  • Het gebruik van turbinemotoren wordt NIET toegestaan.

 

Art. 22 Leden die een e-mail adres hebben worden gevraagd dit mee te delen aan het secretariaat ten einde de communicatie te vergemakkelijken.

 

Art. 23 Het bestuur behoudt zich het recht voor wijzigingen in dit reglement aan te brengen. Met het verschijnen van dit reglement (08/2011) vervallen automatisch alle voorgaande.

Namens het Bestuur: Augustus 2011